Op zo’n 4,5 uur rijden van Buenos Aires ligt het El Palmar Nationaal Park. Dit kleine park van 85 km² werd in 1966 opgericht om de iconische Yatay palm (Butia yatay) te beschermen die veelvuldig in het park groeit. Deze palm komt alleen voor in het noorden van Argentinië, zuiden van Brazilië en in Uruguay. Het park staat ook bekend om de populatie Geoffroykatten (Leopardus geoffroyi). Dit is een kleine katachtige die zeer moeilijk te spotten is in het wild. Ik besloot 2 nachten in de buurt van het park te verblijven.

Onderweg naar El Palmar Nationaal Park
In Buenos Aires huurde ik samen met Roland, een andere Nederlander die ik hier net pas had ontmoet, een auto om samen naar het El Palmar Nationaal Park te rijden. Daar kwamen we aan het eind van de middag aan, en gelijk gingen we op zoek naar een slaapplaats. In het park zelf is alleen een camping te vinden waar je je eigen tent voor mee moet nemen. Omdat wij die niet hadden moesten we elders een slaapplek zoeken. Die vonden we uiteindelijk in het dichtstbijzijnde dorpje Ubajay.
Op zoek naar nachtdieren
Omdat er vooral zeer interessante nachtdieren in het park te vinden zijn gingen we op zoek naar een plek waar het mogelijk was om een nachtsafari te boeken. Helaas bleken zulke tours niet aangeboden te worden door het park zelf, en kregen we zelfs te horen dat het park maar van 8 tot 18 u open was. Wel verwezen ze ons naar een accommodatie in de buurt waar ook nachtsafari’s aangeboden worden. Helaas bleken die al allemaal volgeboekt te zijn. Een kleine tegenvaller dus. Hierbij kom ik meteen bij het grootste kritiekpunt voor dit park. De beste momenten voor het spotten van wildlife zijn net na zonsopkomst en net voor zonsondergang. Deze momenten mis je dus helaas door de beperkte openingstijden van het park.

Om toch nog een klein beetje kans te maken om nachtdieren te zien, besloten we om gewoon zelf in de buurt van Ubajay rond te gaan rijden rond de schemer. Het leverde soorten op als de spiesstaartnachtzwaluw (Hydropsalis torquata) en Chileense varkenssnuitskunk (Conepatus chinga), bijgelicht door duizenden vuurvliegjes.
El Palmar Nationaal Park
De volgende ochtend stonden we om 8 uur bij de gate van het park met onze huurauto. In het park ligt één hoofdweg in de richting van de Uruguayrivier. Vanaf deze weg kun je verschillende zijwegen nemen naar Río Los Loros en Río Palmar. We besloten eerst richting Mirador La Glorieta te rijden, de eerste zijweg naar rechts.

Toen we zagen dat verschillende volle bussen met toeristen dezelfde kant uit kwamen bedachten we ons en reden we door naar de tweede zijweg naar rechts: Mirador El Palmar. We zagen al snel verschillende capibara’s (Hydrochoerus hydrochaeris) en een krabbenetende vos (Cerdocyon thous). Uiteindelijk kwamen we uit op een parkeerplaats vanwaar een korte wandelroute richting de Río Palmar startte. Hier zagen we een zwart witte Argentijnse teju (Salvator merianae) voor onze neus in de zon zitten.
Het park ligt tegen Uruguay aan
Langzaam vervolgden we onze weg richting Uruguayrivier. Elke zijweg die we tegenkwamen besloten we te nemen. Dit leverde soorten op als reuzenbosral (Aramides ypecaha), fluitreiger (Syrigma sibilatrix), campogrondspecht (Colaptes campestris) en Amazonetaling (Amazonetta brasiliensis). Uiteindelijk kwamen we aan op de parkeerplaats vanwaar het strand aan de Uruguayrivier te bezoeken is. Aan de overkant van deze rivier ligt Uruguay.

Op dit punt kun je het strand bezoeken, maar er zijn ook ruïnes te vinden van een oude kalkfabriek. Leuk om even doorheen te lopen maar niet enorm speciaal. Vanaf hier liepen we een trail van zo’n 950 m naar de plek waar het restaurant en de camping gelegen zijn. Daar hebben we even geluncht, waarna we terugreden naar Mirador la Glorieta, waar we ’s ochtends nog om waren gekeerd. Hier nam ik nog even wat foto’s en liepen we een korte trail die niet heel bijzonder was.
Als laatste besloten we nog terug te rijden naar de camping omdat hier veel viscacha’s (Lagostomus maximus) gezien worden. Helaas is ook dit een dier dat pas tevoorschijn komt als het begint te schemeren, en aangezien wij om 18 uur het park moesten verlaten hebben we ze niet kunnen zien.

Een laatste blik op de Yatay palmen
’s Avonds besloten we nogmaals met de auto rond te gaan rijden. We genoten van de ondergaande zon achter honderden palmbomen, en daarna van de prachtige sterrenhemel. Helaas zagen we weinig dieren, maar het was alsnog een mooie rit om te maken.
Oorspronkelijk was ik van plan om de volgende dag nog een keer het park in te gaan. Omdat we het gevoel hadden dat we alles wel hadden gezien tijdens de openingstijden van het park besloten we dit niet te doen. In plaats daarvan bezochten we Tigre op de weg terug naar Buenos Aires. Daarover meer in mijn volgende reisverslag!






